Mijn literaire heldin stapte de grens tussen tastbaar en ontastbaar over. Gelukkig leeft ze verder.
Het gesprek met Toni Morrison was een van de meest indrukwekkende interviews uit mijn loopbaan.

Ik publiceerde het in twee delen. Uit het literaire deel:

Toni Morrison: Ik schrijf boeken waarin ik de reële geschiedenis van mijn land probeer te reconstrueren. Ik ben opgegroeid zonder dat de geschiedenis van zwarte mensen deel uitmaakte van de nationale geschiedenis. Dat ik geen wraak zoek in mijn romans heeft wellicht te maken met het feit dat ik opgroeide met de idee dat blanken op moreel vlak minderwaardig waren. Dat was de overtuiging van mijn vader: dat blanken niet in staat waren hetzelfde morele niveau te halen als zwarten.
Mijn moeder geloofde dat het mogelijk was ze te verlossen, mijn vader niet. Als ik verwijten naar mijn hoofd geslingerd kreeg -‘Ga terug naar Afrika’ of ‘Je stinkt’- haalde ik daar mijn neus voor op. Maar ik heb natuurlijk heel veel mensen gekend die spiritueel geruïneerd werden door dat racisme. Dat was dan ook het onderwerp van mijn eerste boek -Het Blauwste Oog- waarin een meisje geobsedeerd geraakt door het feit dat ze niet voldoet aan het dominante beeld van succes en erbij horen. Ze heeft niet de blauwe ogen die ze met succes vereenzelvigt. Ik wou onderzoeken wat de ware schade van racisme kan zijn.

Toni Morrison: ‘Het is de liefde die ons menselijk maakt’

Toni Morrison, de eerste zwarte schrijfster die de Nobelprijs Literatuur kreeg, maakte in Parijs uitgebreid tijd voor een gesprek met MO*. In dit deel gaat ze in op vragen over haar literaire werk. Maar ook dan blijft Morrison heel maatschappelijk betrokken.


Source